Alle collecties
 
 

Promotieplaten



Vanaf 1877 konden studenten niet alleen in Leiden, Utrecht en Groningen promoveren, maar ook in Amsterdam. Het Athenaeum Illustre werd in dat jaar verheven tot Universiteit van Amsterdam. De studenten namen direct een aantal academische tradities over van de al bestaande universiteiten. Een van deze tradities was de vervaardiging van promotieplaten.

Deze grote, gedrukte platen laten een beeld zien van het leven van de student, verhaald in humoristische tekeningen, begeleid door plagerige versjes. Ze behandelen vooral het corps- en privéleven van de student en drank en vrouwen zijn ruim vertegenwoordigd. Maar ook komt er nog wel eens een huwelijk op voor, aangezien studenten in die tijd heel wat langer studeerden dan tegenwoordig. Het toekomstbeeld van de promovendus, zoals uitzending naar de koloniën, is ook regelmatig afgebeeld.

De originele tekening werd voorafgaand aan de promotie gemaakt. Soms krabbelde een vriend de illustraties, zoals de Amsterdamse student en latere hoogleraar kunstgeschiedenis en archeologie Jan Six (1857-1926). Maar ook werden er wel professionele tekenaars ingehuurd. In zijn jonge jaren tekende Cornelis Jetses (1873-1955) bijvoorbeeld regelmatig promotieplaten.

Bij het promotiediner plaatsten alle aanwezigen hun handtekeningen op een speciaal hiervoor gereserveerde plek op de tekening. Vervolgens werden er enkele tientallen reproducties gemaakt, genoeg voor de hoogleraren en vrienden van de promovendus. In elke studentenstad was wel minstens één drukker gespecialiseerd in het vervaardigen van litho's voor promotieplaten. In Amsterdam waren dat onder anderen Roelofzen , Hübner & Van Santen, M.J. Portielje , de gebroeders Braakensiek en Dieperink & Co.

Het maken van een promotieplaat was een kostbare en daarmee elitaire aangelegenheid. In de jaren twintig van de twintigste eeuw nam de studentenpopulatie sterk toe, werd de gemiddelde student minder kapitaalkrachtig en kalfden oude tradities af. Ook de promotieplaat werd minder populair. Eind jaren dertig werden de laatste gemaakt en de traditie is nooit meer herleefd.