Alle collecties
 
 

De Moninckx Atlas


Blader door alle negen delen

In 1682 hadden Joan Huydecoper en Jan Commelin het initiatief genomen tot de inrichting van een nieuwe Hortus Medicus voor de stad Amsterdam. Anders dan de kruidentuin bij het Binnengasthuis zou de nieuwe tuin naast medicinale planten ook siergewassen bevatten en dus tevens als Hortus Botanicus fungeren. Huydecoper was burgemeester van Amsterdam en bewindhebber van de Verenigde Oostindische Compagnie, Commelin was koopman in kruiden en drogerijen en als zodanig leverancier van geneesmiddelen. Beiden stonden zij ook bekend als tuinliefhebber. Dankzij hun contacten in bestuur en handel, de VOC voorop, en hun praktische botanische kennis kwamen planten, zaden, bollen en stekken naar de Amsterdamse Hortus om daar - buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied - verder opgekweekt te worden. Zo ontstond een van de rijkste plantencollecties van Europa, in alle opzichten een sieraad voor de stad. Maar ook het praktische gebruik van de tuin mag niet vergeten worden. Planten van economisch nut, zoals spijskruiden, eetbare gewassen, geneeskundige planten en dergelijke, probeerde men in de tuin te vermeerderen voor productie elders. Illustratief is de koffieplant (waarvan overigens geen afbeelding voorkomt in de Moninckx Atlas). Het unieke exemplaar van de Hortus is de stamvader geworden van de Braziliaanse koffieplanten. Daarnaast werden vele siergewassen gekweekt, veelal vreemde en exotische planten. Zulke gewassen hield men in de Hortus uit pure interesse, nieuwsgierigheid of voor verder onderzoek. Dezelfde factoren zullen ongetwijfeld een rol gespeeld hebben bij het samenstellen van de Moninckx Atlas.

In opdracht van dezelfde Huydecoper en Commelin werden tussen 1686 en 1709 op grote bladen perkament 420 aquarellen vervaardigd van planten in de Amsterdamse Hortus. Men beschikte in de tuin niet over een herbarium. Waarschijnlijk fungeerde deze rijke collectie met 'afteekeningen' van de vaak zeer zeldzame planten als een kolossaal kruidboek. Kennelijk gaf men de voorkeur aan fraai gekleurde, naar het leven getekende planten boven geplette, gedroogde en daardoor veelal ook verkleurde, echte planten.

Aan dit omvangrijke project, een beeldbank avant-la-lettre, hebben ten minste vier bekwame tekenaars meegewerkt. Verreweg de meeste waterverftekeningen zijn van de hand van Jan Moninckx: 273 bladen zijn door hem gesigneerd. Maria Moninckx, mogelijk zijn dochter, produceerde 101 aquarellen; aan hen dankt de verzameling haar naam. Andere tekenaars waren Alida Withoos met 13 aquarellen en Johanna Helena Herolt-Graff (dochter van Maria Sibylla Merian) met 2 bladen; 31 aquarellen zijn niet gesigneerd. De bladen perkament zijn later ingeplakt in katernen van papier, die verdeeld over acht banden werden ingebonden en samen een meerdelige platenatlas vormen. Vooraan in deel 1 bevinden zich de heraldische wapens van Huydecoper en Commelin, geschilderd door Jan Moninckx. In 1749 werd getracht de verzameling uit te breiden. Een negende, toegevoegde band bevat echter slechts vijf aquarellen, één van Dorothea Storm-Kreps en vier van Jan Matthias Cock. De afgebeelde planten in de eerste vijf delen en in de eerste helft van deel zes zijn vergezeld van hun naam, zowel in het Latijn als in het Nederlands. De Latijnse namen zijn in een krachtige romein geschreven, de volkstalige aanduidingen in een nog fraaier gekalligrafeerde gotische letter.

Het totale werk is zowel taxonomisch-botanisch, historisch-botanisch, als kunsthistorisch van groot belang. De aquarellen hebben onder andere gediend als basis voor de gravures in de Horti Medici Amstelodamensis rariorum plantarum historia, waarvan deel 1, door Jan Commelin, in 1697 verscheen en deel 2, door diens neef Caspar Commelin, in 1701. De later beroemd geworden medicus en botanicus Carolus Linnaeus baseerde zich bij de taxonomische nomenclatuur voor zijn Species plantarum van 1753 voor niet minder dan 259 plantensoorten geheel of gedeeltelijk op de beschrijvingen en afbeeldingen van de Commelins en dus eigenlijk op de Moninckx Atlas. Dankzij de recente digitalisering van de complete atlas kunnen de afbeeldingen en de bijschriften in de Moninckx Atlas nu bekeken of bestudeerd worden door specialisten en andere liefhebbers.