BC Home / Collecties / Collectie van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG)

Inventaris van de collectie van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) ca. 1550-heden

Gebruik dit adres om naar deze collectie te linken: http://dpc.uba.uva.nl/inventarissen/ubainv56

Herkomst en verwerving

Het Aardrijkskundig Genootschap, vanaf 1888 Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG), werd opgericht op 2 maart 1873. Het had als doel 'de ontwakende belangstelling in de aardrijkskunde aan te wakkeren, en daardoor de kennis te vermeerderen, waarvan onder andere de handel, scheepvaart, industrie, kolonisatie en emigratie de vruchten konden plukken'. Het genootschap maakte zich sterk voor het hoger onderwijs in de aardrijkskunde en stimuleerde en ondersteunde wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast gaf het genootschap een eigen tijdschrift uit. Niet alleen Nederland gold als belangrijk onderzoeksterrein, het genootschap organiseerde ook expedities, met name naar de Indonesische Archipel. Ondernemende en invloedrijke wetenschappers, onderwijsmensen, auteurs van publicaties op het gebied van geografie, cartografie en reizen, leidende figuren uit kringen van marine en koopvaardij, politici en zakenlieden rekende het genootschap tot zijn leden. Beschermheer en actief lid was prins Hendrik der Nederlanden, de broer van koning Willem III.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de koers van het genootschap aanmerkelijk, door het verlies van Nederlands Oost-Indië als handels- en onderzoeksgebied, en door verschuivingen in de geografiebeoefening zelf. De aandacht ging vooral uit naar de rol die het genootschap kon spelen voor het geografieonderwijs. Het ontstaan van de Kartografische Sectie van het KNAG, opgericht in 1958, en later zelfstandig geworden als Nederlandse Vereniging voor Kartografie, illustreert de toenmalige lossere banden tussen de geografie en cartografie in Nederland. Tegenwoordig groeien beide weer naar elkaar toe.

Ten behoeve van en dankzij deze activiteiten heeft het genootschap in de loop der jaren verschillende verzamelingen aangelegd. Vooral in de beginjaren verzamelde het genootschap veel kaarten en publicaties. Ook etnografische voorwerpen en wetenschappelijke instrumenten werden bijeengebracht.

De eerste bibliothecaris van het Aardrijkskundig Genootschap, verantwoordelijk voor de bibliotheek en de kaartencollectie, was A. van Otterloo. Hij werd in 1877 opgevolgd door I. Dornseiffen. Aanwinsten werden met name verkregen door schenkingen van de leden zelf, Amsterdamse ingezetenen, instituten, maar ook door ruil met zusterinstellingen en vergelijkbare organisaties. Incidenteel bekostigde het genootschap zelf belangrijke acquisities. Onder de schenkers, bruikleengevers en legatarissen van substantiële collecties boeken en kaarten vinden we onder meer de namen van de Wed. Baars, J. Boelen, I. Dornseiffen, P.W. Janssen, J.B. Kan, P.W. Korthals, F. Muller, J.K.W. Quarles van Ufford, J.G. Schill, J.P. Six, J.T.F. Steenbergen, W.F. Versteegh, P.J. Veth en P.H. Witkamp.

Aangezien het KNAG geen eigen gebouw had, werden al zijn collecties bij andere instellingen ondergebracht. De bibliotheek en kaartencollectie werden tussen 1873 en 1881 bewaard in het gebouw van de Handelsschool te Amsterdam. In 1878 verscheen de Catalogus der boeken en kaarten van het Aardrijkskundig Genootschap op 1 juli 1878, samengesteld door I. Dornseiffen, gevolgd door enkele aanvullingen tot 1881.

KNAG-bibliothecaris I. Dornseiffen en UB-bibliothecaris H.C. Rogge speelden een belangrijke rol bij de overdracht van de boeken en kaarten van het genootschap aan de Universiteitsbibliotheek Amsterdam. Het KNAG had een professionele instelling als beheerder nodig en de Universiteitsbibliotheek moest de nog jonge universiteit in korte tijd aan een goede, veelzijdige boekencollectie helpen, ook in geografisch opzicht. De bibliotheek en de kaartencollectie, bestaande uit ongeveer 2500 titels, werden in 1880 officieel en in 1881 daadwerkelijk in bruikleen overgedragen aan de Universiteitsbibliotheek. De groei van de collectie vond vervolgens met name plaats door schenkingen, maar ook door incidentele belangrijke aankopen van het KNAG. In 1976 werd de acquisitie door het KNAG officieel beëindigd.

Behoudens de periodieke aanvullingen op lopende reeksen die het KNAG jaarlijks van verschillende instellingen ontvangt, wordt de collectie slechts incidenteel met schenkingen verrijkt.

Top