| Herkomst | Jan van Krimpen (1892-1958) |
|---|---|
| Titel | Archief Jan van Krimpen |
| Datering | ca. 1915-1958 |
| Omvang | 358 brieven, ca. 475 boeken en 5 dozen archivalia |
| Taal (materiaal) | Nederlands, Engels, Duits en Frans |
| Samenvatting | Jan van Krimpen was – internationaal – een van de toonaangevende typografen van zijn generatie. De grafische nalatenschap biedt inzicht in de vele contacten van deze letterontwerper en boekverzorger. Zo is er correspondentie met vakgenoten, met de Engelse zetmachinefabrikant Monotype Corporation (Stanley Morison) en met bevriende literatoren. Van Krimpen had een grote literaire belangstelling en was niet alleen als ontwerper maar ook persoonlijk betrokken bij de totstandkoming van verschillende literaire uitgaven. Verder maken onder meer kalligrafie en (werk)tekeningen voor drukletters deel uit van het archief. Deze nalatenschap maakt onderzoek mogelijk naar Van Krimpens wijze van ontwerpen en naar zijn opvattingen over grafische vormgeving. |
| Collectienummer | UBA11 |
| Instelling | Universiteitsbibliotheek Amsterdam (UvA) |
| Bewaarplaats | Universiteitsbibliotheek Singel Bijzondere Collecties |
Jan van Krimpen studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (1908-1912). Na zelfstudie in de kalligrafie raakte hij ook geïnteresseerd in typografie, zowel boekverzorging als letterontwerpen, en in handboekbinden. Van Krimpen startte een literaire, bibliofiele reeks, later Palladium (1917-1927) geheten, waarvan hijzelf de vormgeving verzorgde. Door een opdracht voor een postzegelontwerp kwam hij in 1923 in contact met de grafische onderneming Joh. Enschedé en Zonen. Twee jaar later trad hij bij deze Haarlemse firma in dienst. Voor Enschedé zou hij met name boeken verzorgen. Buiten zijn dienstverband met Enschedé ontwierp hij drukletters. Deze werden als handletter uitgebracht door de lettergieterij van Enschedé en kwamen in de regel ook beschikbaar op de zetmachines van de Engelse Monotype Corporation, die wereldwijd gebruikt werden. Hij was een klassiek ontwerper die weinig waardering kon opbrengen voor de grafische avant-garde van zijn tijd, meer bepaald de representanten van de zogenaamde Wendingen-stijl en de Nieuwe Typografie. Op de Nederlandse boekverzorging, met name van het literaire en wetenschappelijke tekstboek, heeft Van Krimpen een grote invloed uitgeoefend.
Door de vriendschap van Jan van Krimpen met Mr Herman de la Fontaine Verwey, de toenmalige bibliothecaris van de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam (UvA), mocht deze instelling een eerste keus doen uit Van Krimpens persoonlijke nalatenschap. Verwey deed de selectie samen met Ger. J. Brouwer, de toenmalige bibliothecaris van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB). Volgens Verwey had Van Krimpen wel nog uit zijn archief verwijderd wat hem 'onwelgevallig' was.
Bij de selectie van boeken uit zijn vakbibliotheek is er gekeken naar wat er al in de Universiteitsbibliotheek aanwezig was, met name in de in 1958 in bruikleen gegeven Bibliotheek van de Koninklijke Vereniging voor het Boekenvak (BKVB).
Het archief is tussen 1958 en ca. 1962 in de Universiteitsbibliotheek binnengekomen. Behalve Van Krimpens handschriftelijke nalatenschap verwierf de UB een deel van zijn vakbibliotheek, waaruit een eerste keus gedaan mocht worden. Een selectie uit zijn overige boeken – door hem verzorgde en andere kostbare werken – werd door de Vereniging van Vrienden van de UBA aangekocht.
Langs andere weg (veilingen met name) zijn een aantal kalligrafische bladen aan het archief toegevoegd. Huib van Krimpen schonk in 1998 enkele aan zijn vader gerichte brieven van Stanley Morison.
De nalatenschap behelst zowel handschriftelijk als gedrukt materiaal. Bij het handschriftelijk materiaal gaat het in de eerste plaats om brieven (358 items), zowel aan als, in afschrift en fotokopie, van Van Krimpen. Belangrijke correspondenten zijn J.C. Bloem, John Dreyfus, George Macey, Stanley Morison, Jan van Nijlen, G.W. Ovink, Hans Schmoller en Oliver Simon. Verder zijn er onder meer lezingen, en is er kalligrafie, getekende belettering en getekende lay-out, en zijn er werktekeningen en ontwerpen voor de drukletters Cancelleresca Bastarda en Sheldon. De schrijfletter Cancelleresca Bastarda (1934) was alleen als handletter beschikbaar bij Joh. Enschedé en Zonen; de bijbelletter Sheldon (1948) was een opdracht van de Oxford University Press, en alleen op de Monotype-zetmachine beschikbaar.
Bij het gedrukte materiaal gaat het om typografische vakliteratuur (175 items) en om overige werken uit zijn privébibliotheek. Bij de laatste categorie (ca. 300 items) betreft het vooral literatuur, deels door hemzelf vormgegeven.
Verder zijn er twee door hemzelf met de hand gebonden boeken: de Palladium-uitgave Albert Besnard, Sonnetten (1917) en het tevens door hemzelf gekalligrafeerde Maurice de Guérin, Le centaure (1919). Handgebonden boeken van Van Krimpen zijn uiterst zeldzaam.
De correspondentie is clustergewijs op ontvanger en afzender ontsloten via de Catalogus van de Universiteit van Amsterdam en op itemniveau via een fichecatalogus. Het overige handschriftelijke materiaal, waaronder de kalligrafie (zie Biemans 1999) en de werktekeningen, is deels ontsloten.
Alle boeken uit de nalatenschap zijn op itemniveau ontsloten. Met uitzondering van de vakboeken werden ze tevens opgenomen in de gedrukte Catalogus van boeken uit de nalatenschap van Jan van Krimpen.
Het archief is toegankelijk voor onderzoek. Voor raadpleging is een bezoekerspas van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam vereist.
Bij raadpleging is het Reglement voor de gebruikers van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam van toepassing. Reproductie en reproductierechtvergoedingen conform de Tarieven en Diensten Universiteit van Amsterdam.
Bij verantwoording van het gebruik dient de collectie ten minste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met een verkorte aanduiding.
Handschriften kunnen bij de balie van de Onderzoekzaal worden opgevraagd.
Gedrukte publicaties kunnen opgevraagd worden met behulp van de Catalogus van de Universiteit van Amsterdam. De boeken waaraan Van Krimpen zijn typografische medewerking heeft verleend, zijn als collectie vindbaar met de collectieaanduiding 'jvk'. De vakboeken zijn voorlopig alleen als collectie vindbaar via een plaatsnummer; wendt u zich tot de balie van de Onderzoekzaal.
De Universiteitsbibliotheek Amsterdam bezit ook ander materiaal met betrekking tot Jan van Krimpen. Zo bevinden zich enkele brieven van hem in de collectie S.H. de Roos (zie fichecatalogus S.H. de Roos). Er is verder een omvangrijke collectie van door hem verzorgde boeken, onder meer in de Typografische Bibliotheek (zie fichecatalogus 'Boekverzorgers'), en er zijn vele letterproeven van en met zijn letters (zie Catalogus van de Bijzondere Collecties). Een alfabetsteen op aanwijzingen van Van Krimpen gehakt, werd in 1999 verworven. Het verhaal wil dat deze steen door Van Krimpen werd geschonken aan H. Clewits, zijn assistent bij Enschedé, omdat het ontwerp een omissie bevatte (een ontbrekende letter). Clewits gaf de steen later aan zijn assistent Bram de Does, die hem aan de Universiteitsbibliotheek verkocht.
Ook het Museum Meermanno (Den Haag) en het Museum Enschedé (Haarlem) bezitten ontwerpen voor drukletters en ander handschriftelijk materiaal. Het Museum Meermanno verwierf tevens boeken uit de nalatenschap van Van Krimpen. Het Museum Enschedé bezit voornamelijk archiefmateriaal met betrekking tot Van Krimpens werkgever, Joh. Enschedé en Zonen. De Dutch Type Library ('s-Hertogenbosch) heeft van zoon Huib van Krimpen de werktekeningen voor de drukletter Haarlemmer verworven. Correspondentie aan met name Nederlandse auteurs bevindt zich in het Letterkundig Museum (Den Haag). Verder is er nog kalligrafie in de Newberry Library in Chicago en materiaal met betrekking tot zijn werk voor de Monotype Corporation bij Agfa Monotype Ltd. (Salfords, Redhill, UK).