BC Home / Collecties / Collectie J.W.F. Werumeus Buning

Collectie J.W.F. Werumeus Buning

Gebruik dit adres om naar deze collectie te linken: http://dpc.uba.uva.nl/inventarissen/ubainv74

Herkomst en verwerving

Johan Willem Frederik Werumeus Buning werd in 1891 te Velp geboren als zoon van de bankmedewerker Jan Jacobus Buning en Rica Catharina Christina Avelingh. Van december 1915 tot november 1944 was hij als vaste medewerker in dienst van De Telegraaf. In 1916 werd zijn eerste gedicht in De Gids geplaatst. 'Jobs' (zoals Werumeus Buning genoemd werd) en Adriaan Roland Holst (redacteur van De Gids) waren bevriend. Hij schreef 'romantische poëzie in eenvoudige bewoordingen, vol heimwee naar de droom en de jeugd'. De gedichtenbundel 'In Memoriam' (1921) wordt zijn beste publicatie genoemd. De eenvoud maakte zijn gedichten vrij algemeen toegankelijk. Beroemd in Nederland werd hij met name met 'Mária Lécina, een lied in honderd verzen' (1932). In zijn vele prozawerken schreef hij 'met vaart en vaardigheid en dikwijls zeer treffend' over de dans, het toneel, reizen, zwerftochten, de wijn en bovenal recepten. Hij was ook een actief vertaler, vooral uit het Spaans. In juli 1920 trouwde hij Gerritdiena Johanna Ensink. Zij gingen in Blaricum wonen, waar hun enige kind, Jan Jacobus Werumeus Buning, geboren werd. De kennismaking met Miep van 't Hoff-Kools, met wie hij een verhouding begon, leidde in 1931 tot een scheiding van tafel en bed van zijn echtgenote en zijn vertrek naar Amsterdam. Van 1930 tot 1932 was Werumeus Buning gedelegeerd commissaris van de Koninklijke Vereeniging 'Het Nederlandsch Tooneel'. Hij werkte van 1934 tot en met 1952 als redacteur van De Gids. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wilde hij zijn baan bij De Telegraaf niet opgeven en schreef hij zich in bij de Kultuurkamer. Na 1943 zou hij evenwel contact gehad hebben met het georganiseerde verzet. In april 1945 overleed Miep van 't Hoff-Kools. In augustus van dat jaar kreeg hij een publicatieverbod voor twee jaar. Een verzoekschrift van dertig kunstenaars zorgde ervoor dat het vonnis in 1946 werd gehalveerd. Het vonnis en de berichtgeving rond het proces hebben Werumeus Buning diep gekwetst. Vanaf 1948 tot aan zijn dood in Amsterdam was hij medewerker (en enige tijd redactielid) van Elseviers Weekblad. Werumeus Buning overleed in 1958 te Amsterdam. A. Roland Holst herdacht hem als volgt: 'Een dichter, manbaar tot in zijn gebreken, / wachtte, miskend, norsch en vergeefsch, ons teeken / van eerherstel. Voor hem zijn wij te laat; / niet voor zijn taal, al ligt hij zelf bezweken.'

Een groot deel van de collectie is tijdens het leven van Werumeus Buning gevormd door Miep van 't Hoff-Kools. Na haar dood in 1945 ging de collectie over op haar dochter Inez Schopman-van 't Hoff, die de collectie aanvulde met opdrachtexemplaren van Werumeus Buning aan haar moeder.

De collectie is in 2005 geschonken door mevrouw F.M.F. Schopman, dochter van Inez Schopman van 't Hoff.

De collectie is compleet overgedragen, aanvullingen zijn niet te verwachten.

Top